Inleiding
Architecten en opdrachtgevers stellen steeds hogere eisen aan gebouwen en in het bijzonder aan de uitstraling van liften. Glas in de liftcabine of liftschacht wordt meer en meer toegepast. Aan de toepassing van glas worden eisen gesteld. Bij het ontwerp van de liftinstallatie en de schachtconstructie dient hierbij al rekening te worden gehouden.
Sterkte van de glaspanelen
De sterkte van het toegepaste glas in de bouwkundige constructie dient te voldoen aan hoofdstuk 5 paragraaf 5.4.1. van de NEN-EN 81-1/2; 1998. De glasleverancier dient een verklaring af te geven waarin de glassoort/samenstelling en de beproeving van het glas is aangegeven. Deze verklaring dient te worden overhandigd aan de liftleverancier. Bij het ontbreken van deze verklaring kan en zal de lift niet worden goedgekeurd!
De brandwerendheid
Wanneer de schachtconstructie brandwerend dient te worden uitgevoerd, kan de plaatselijke brandweer aanvullende eisen stellen aan het soort glas en kit. De brandweereisen kunnen in conflict zijn met de liftvoorschriften. In voorkomende gevallen dient contact te worden opgenomen met de liftinstallateur.
Klimaatbeheersing in de schacht
Het ontwerp van de liftschacht dient vooraf op extreme temperaturen te worden beoordeeld.
De bewaking van de schachttemperaturen en ventilatie alsmede het buiten bedrijfstellen is de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever c.q. eigenaar/beheerder.
LTF adviseert de ventilatie respectievelijk in voorkomende gevallen de eventuele koeling of verwarming door een gespecialiseerd bedrijf aan te laten brengen. Hierbij dient de liftinstallateur betrokken te worden omdat "onbevoegden" zich geen toegang tot de schacht mogen verschaffen.
Er bestaat een mogelijkheid dat bij het wegvallen van de normale stroomvoorziening de lift door middel van een noodstroomvoorziening op een stopplaats stopt. LTF kan hierover nadere informatie verstrekken.
Opwarming van de liftschacht
Bij schachten die geheel of gedeeltelijk zijn voorzien van glas, komt het in de zomermaanden regelmatig voor dat de temperatuur in de schacht onacceptabel hoog oploopt.
Door deze hoge temperaturen neemt de kans op storingen toe omdat onder invloed van de zon de oppervlaktetemperatuur van bijv. de schachtdeuren tot boven de 80 graden Celsius kan stijgen. Door verschil in uitzettingscoëfficiënt zullen spelingen veranderen waardoor storing kan ontstaan. Het gevolg van dergelijke storingen kan zijn dat personen in de liftcabine opgesloten raken. In de situatie waarbij de cabinewanden en deuren een hoge oppervlakte temperatuur hebben is dit gevaarlijk. Om deze redenen moet de schachttemperatuur beheerst blijven door een goede ventilatie. Bij schachttemperaturen boven de 40 graden Celsius dient de lift te worden afgeschakeld (buiten bedrijf te worden gesteld).
Afkoeling van de schacht
Er bestaat geen verplichting de liftschacht te verwarmen of te isoleren van koude. Doordat machinekamers bij liften veelal vervallen zijn is het aan te raden om de liftmotor en de lift besturing te verwarmen tot een temperatuur boven de 5 graden Celsius. Temeer stalen onderdelen bij afkoeling vocht aantrekken is bevriezing van een schachtdeur mogelijk, wat tot storingen kan leiden. Het gevolg van deze storingen kan zijn dat personen in de liftcabine opgesloten raken. Om deze redenen moet de schachttemperatuur beheerst blijven door een goede verwarming in de liftschacht.
Schachtwanden
Glazen schachtwanden die bereikbaar zijn voor personen moeten, om doorval gevaar te voorkomen, in gelaagd glas worden uitgevoerd.
Als de omstandigheden in een bepaalde omgeving en locatie dit toelaten (b.v. atrium, omgeving met beheerder etc.) kan de lift met een gedeeltelijk omsloten schacht worden uitgevoerd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de miniaal vereiste hoogte voor schachtwanden ter plaatse van de schachtdeuren van 3,5 m en voor de overige schachtwanden 2,5 m met een minimale horizontale afstand van 0,5 m tot de bewegende delen.
Afwijkende plaats en hoogte van de afscheiding, scherm of hekwerk anders als bovenstaand omschreven dienen volgens onderstaande tabel te worden bepaald.
- De hoogte van de afscheiding H (zie figuur a) dient overeen te komen met onderstaande grafiek. Afstand D is bepalend voor de hoogte van het scherm. De afscheiding is geldig rond de liftcabine (C) behalve bij de schachtdeur, hiervoor geldt een hoogte van 3,5 m.
- De afscheidingen H zie tekening dienen zich binnen een afstand van maximaal 150 mm (van uit de "schacht" gemeten) te bevinden van randen van vloeren, traptreden of platforms.
Scheidingswand tussen de liften uitgevoerd in glas
Scheidingswanden van glas tussen liften in één gemeenschappelijke liftschacht moeten in gelaagd glas worden uitgevoerd. De sterkte van het glas dient te voldoen aan hoofdstuk 5 paragraaf 5.14.1.
Borstweringshoogte op de cabine
In die gevallen waarbij floatglas wordt toegepast op plaatsen die alléén toegankelijk zijn voor de liftmonteur of inspecteur, moet een borstwering op het cabinedak zijn aangebracht.
De vereisten waaraan een borstwering moet voldoen is aangegeven in tabel a.
Glas in liftdeuren en in de cabine
Glas in liftdeuren en in de cabine dient te voldoen aan bepaalde sterkte eisen. Dit glas wordt normaal gesproken door de liftinstallateur geleverd. In geval van schade aan een venster voor- of na de ingebruikname van de lift, dient contact te worden opgenomen met LTF. LTF is bekend met de specificaties van het venster en zal deze (laten) vervangen door een identiek exemplaar.
Schoonmaken van de glazen vensters
Bij het ontwerpen van de schacht dient de constructeur er rekening mee te houden dat de vensters vanaf het cabinedak schoongemaakt moeten kunnen worden.
Schoonmaakwerkzaamheden van de schacht zijn alléén toegestaan onder toezicht/ begeleiding van een liftmonteur.
Indien nodig zullen adequate hulpmiddelen ter beschikking moeten worden gesteld. De schoonmaakmethode en bereikbaarheid dient in overleg met de liftinstallateur te worden bepaald.