Inleiding
Om een goede werking van de liftinstallatie te garanderen is een stabiel klimaat van groot belang. Door krimp en uitzetting van metalen onderdelen kunnen spelingen op de liftcomponenten worden veroorzaakt, met name op de boutverbindingen en klemverbindingen van de leiders. Daarnaast is de liftschacht ook een werkomgeving voor de monteur die de liftinstallatie onderhoudt.
De temperatuur in de schacht dient begrensd te worden tussen + 50 C en + 400 C.
Verder is het van belang dat bij het ontwerp van het gebouw rekening wordt gehouden met een juiste en voldoende ventilatie van de liftschacht en de liftmachinekamer.
Glas in de liftschacht
Het toepassen van glas in de schacht verlangt speciale aandacht voor de temperatuurbeheersing. De locatie en oriëntatie van de liftschacht speelt hierbij een vooraanstaande rol. Hiervoor wordt verwezen naar de bouwkundige informatie "Glas en liftinstallaties"
Temperatuur in de machineruimte
De temperatuur in de machineruimte dient begrensd te worden tussen + 50 C en
+ 400 C. Dit kan dus een aparte machinekamer zijn of in geval van machinekamerloze liften, de liftschacht waar de besturing en/of aandrijving zijn opgesteld.
Om te zorgen dat de temperatuur in de machineruimte niet lager dan + 50 C wordt kan gebruik worden gemaakt van een verwarmingsinstallatie. Deze verwarmingsinstallatie mag niet met hoge water- of oliedruk werken. Verder moet de verwarmingsinstallatie zijn geregeld door middel van een thermostaat. Bij voorkeur een elektrische verwarming toepassen.
Ventilatie van de liftschacht
De schachtventilatie dient een netto doorlaat van minimaal 1% van de horizontale schachtdoorsnede te hebben.
(Bouwbesluit, artikel 3.68, 3.69, 3.70 & 3.73):
Voor de luchtverversing van een liftschacht is een voorziening aanwezig die een capaciteit heeft van ten minste 3,2 dm3/s per m2 vloeroppervlak van de liftschacht, volgens NEN1087-nl. De opening van de luchtverversing van de liftschacht is niet afsluitbaar.
De toevoer van verse lucht naar een liftschacht vindt rechtstreeks van buiten plaats of via de liftmachineruimte. Afvoer van binnenlucht uit een liftschacht vindt rechtstreeks naar buiten plaats of via de liftmachineruimte.
Voor de ventilatie van een brandweerlift wordt verwezen naar bijlage I.
Schacht ventilatie via de machineruimte
Ventilatie van de liftschacht via de machineruimte is toegestaan eventueel gebruik makend van een luchtkanaal. De ventilatie kan in het dak of in de wanden worden aangebracht.
De capaciteit van de ventilatie dient te voldoen aan de in het Bouwbesluit vereiste capaciteit. In geval elektrisch bediende kleppen worden toegepast, dient de sectie ook te worden aangestuurd door de brandweerschakelaar, die voorrang heeft op het controlesysteem van de kleppensectie. Mechanische ventilatie moet bij het inschakelen van de brandschakelaar in werking blijven. Ventilatieopeningen dienen tegen inregenen te worden beschermd. Zie figuur b.
Ventilatiekanaal door de machineruimte
Een andere mogelijkheid van rechtstreekse schachtventilatie is door gebruik van een ventilatiekanaal met mechanische ventilatie (zie figuur). Voor de ventilatie van de machineruimte kunnen roosters in de wanden van de machineruimte (zie figuur) worden gebruikt. De ventilatieopening dient tegen inregenen te worden beschermd. Zie figuur c.
Brandwerendheid van het ventilatiekanaal aangesloten op de liftschacht.
(Bouwbesluit art. 2.83)
Ventilatiekanalen moeten aan de binnenzijde zijn voorzien van onbrandbaar materiaal met een dikte van minimaal 1 cm.
Wanneer het gebouw geheel of gedeeltelijk verbouwd wordt, dient men er rekening mee te houden dat de schachtwanden van het ventilatiekanaal uit oogpunt van brandwerendheid niet mogen bestaan uit brandbare materialen zoals hout en/of gipsplaat.
Ventilatie van de machineruimte
Machineruimtes moeten voldoende worden geventileerd. Gebruikte lucht uit overige ruimten van het gebouw mag niet door de machineruimte worden afgevoerd. De ventilatie van de machineruimte mag via de liftschacht gaan, mits de aan de liftcomponenten geen schade wordt toegebracht.
Aan de capaciteit ventilatie van de machineruimte worden geen concrete waarde gegeven,
echter wordt een doorlaat gehanteerd die overeenkomt met 1% van de horizontale
schachtdoorsnede.