De hijsvoorziening bij liften en liftmachineruimte
Voor veilige en doelmatige montage liften moeten hijsbalken in de schachtkop en -indien van toepassing - in de liftmachinekamer, zijn aangebracht. Het is van groot belang dat het laagste punt van de hijsbalk is geplaatst op de op de opstellingstekening van LTF aangegeven maatvoering (zie xxx in onderstaande). Bij verkeerde montage volgt onherroepelijk een afkeuring van de lift of uitstel van vrijgave voor gebruik van de lift.
De minimale hoogte XXX voor liftmachinekamers bedraagt 2100 mm.
|
|
De juiste plaats en uitvoering van de hijsbalk wordt voorgeschreven door LTF en dient overeenkomstig de montage instructie door de bouwkundige aannemer te worden aangebracht. Deze hijsbalk heeft alle noodzakelijke beproevingen doorstaan en voldoet aan de eisen gesteld in de ARBO wetgeving.
Eisen m.b.t. de hijsvoorziening geproduceerd en geleverd door derden
Demontage van de hijsbalk.
De hijsbalk dient permanent aanwezig te zijn en mag niet verwijderd worden.
Eisen m.b.t. de hijsvoorziening in de liftmachineruimte
Zie bovengenoemde artikelen 6.7.8.3 en 6.7.8.4.
Toepassing van hijsogen.
Het gebruik van hijsogen rechtstreeks in een betonnen dak c.q. schacht- en machinekamerplafond is niet toegestaan i.v.m. de complexiteit van het beproevingsproces en de controle op breuk in de bouwkundige constructie. In het kader van de Arbo-wetgeving is het verplicht extra ophangpunten te hebben t.b.v. de veiligheid van het montagepersoneel.