LTF - Slim, creatief en rendabel liften bouwen

Lifttechnische gegevens: Geluid

 

Inleiding
In samenhang met de keuze van het toe te passen materiaal voor de liftschacht moet aandacht worden gegeven aan de geluidsisolatie eigenschappen van dat materiaal.
De liftinstallatie brengt onder normaal functioneren een hoeveelheid lucht- en contactgeluid voort. Bij voorkeur dient de geluiddemping direct bij de geluidsbron plaats te vinden. De bouwkundige constructie dient hierin te voorzien.

Toelichting van de typekeur (CE-markering)
Het wijzigingen van de liftinstallatie of het toevoegen van extra onderdelen aan de liftinstallatie is door de CE-markering niet zondermeer mogelijk, i.v.m. het mogelijk vervallen van het typekeur.

De bouwkundige constructie dient het geluidsniveau van de lift (lucht- en contactgeluid) voldoende te dempen tot het maximale niveau van de geluidsbelasting die voor verblijfsgebieden zijn toegestaan.

Normen met betrekking tot installatiegeluid in verblijfsgebieden
(Bouwbesluit tabel 3.6 art 3.8 & 3.9)
Het maximaal geluidsniveau in verblijfsgebieden ten gevolge van in bedrijf zijnde (lift) installatie(s) bedraagt 30 dB(A), bij een logiefunctie mag dit 35 dB(A) zijn.
LTF adviseert een geluidsniveau in de slaapkamers van een in bedrijf zijnde (lift) installatie van maximaal 25 dB(A).

Luchtgeluid norm m.b.t. de bouwkundige constructie
(Bouwbesluit tabel 3.17 art 3.18 &3.19)
De karakteristieke isolatie-index van de bouwkundige constructie dient ten minste +5 dB te bedragen. De genoemde waarde in het Bouwbesluit wordt gespecificeerd in de NPR 5070 (Geluidwering in woongebouwen voorbeelden van wand- en vloerconstructies).

Contactgeluid norm m.b.t. de bouwkundige constructie
(Bouwbesluit tabel 3.17 art 3.18 & 3.19)
De karakteristieke isolatie-index van de bouwkundige constructie dient ten minste +5 dB te bedragen. De genoemde waarde in het Bouwbesluit wordt gespecificeerd in de NPR 5070 (Geluidwering in woongebouwen voorbeelden van wand- en vloerconstructies).

Geluidsnorm NEN 1070 en NPR 5073
De NEN 1070 alsmede de NPR 5073 (praktijkrichtlijn liften in woongebouwen) is een advies. De NEN 1070 geeft een kwaliteitsgetal weer voor de geluidskwaliteit in verblijfsgebieden (K1 t/m K5 of 25 dB(A) en telkens met 5 dB(A) oplopend). De NPR 5073 geeft alléén informatie over elektrische liftinstallaties met machinekamer boven de liftschacht gesitueerd. Alle overige liftinstallaties genoemd in deze norm zijn verouderd en wordt door LTF niet meer toegepast. De NPR 5073 is alléén nog maar van toepassing voor de bouwkundige ideeën. De NPR 5073 sluit m.b.t. gewicht van de bouwkundige liftconstructie niet aan bij de waarde genoemd in het Bouwbesluit.
De NPR 5073 is niet toepasbaar bij machinekamerloze liften.

Bouwkundige situering

Verblijfsgebieden direct naast de liftschacht
Wanneer de schacht direct grenst aan verblijfsgebieden, dient de bouwkundige schachtconstructie uitgevoerd als homogene wand minimaal 280 mm beton te bedragen. Het toepassen van een staalconstructie met daaromheen een bouwkundige liftschacht kan een alternatief betekenen. De toetsing van de kwaliteit volgens de laatst omschreven liftschachtconcept dient door derden in overleg met LTF te worden gedaan.
Andere constructies zijn in overleg met de liftfabrikanten en evt. met een geluidstechnisch adviesbureau ook mogelijk.

De vloeren die op de schachtwanden worden opgelegd, dient een massa van minimaal 650 kg/m2 te hebben.
Het toepassen van kanaalplaat vloeren aansluitend op de liftschacht is uitgesloten vanwege de montage voorzieningen.

Om eventueel contactgeluid te voorkomen is het dilateren van de schachtruimte ten opzichte van de woon- en verblijfsgebieden sterk aan te bevelen.

De liftschacht centraal gesitueerd in een algemene verkeersruimte
Wanneer de schacht rondom grenst aan algemene verkeersruimten dient de schachtconstructie bij voorkeur in 250 mm beton te worden uitgevoerd.
Andere constructies zijn in overleg met LTF en evt. met een geluidstechnisch adviesbureau ook mogelijk.
Om eventueel contactgeluid te voorkomen is het dilateren van de verkeersruimte t.a.v. de woon- en verblijfsgebieden sterk aan te bevelen.

Kwaliteit van de overige bouwkundige constructies dan de liftschacht
Om resonantie door de liftinstallatie te voorkomen, dient de overige bouwkundige constructie voldoende massa te bezitten.

Risico van voorgecalculeerde waarde
Er bestaat te allen tijde een risico dat een ontwerp in de praktijk zich anders gedraagt, dan de (gecalculeerde) prognose voorspelt. Eveneens kan dit gelden voor in de normbladen omschreven bouwkundige constructies.

Richtwaarde van de liftinstallatie
LTF kan voor elke toe te passen liftinstallatie richtwaarden verstrekken. Deze richtwaarde bij voorkeur middels een referentieadressen hetzij waarde door LTF opgegeven, hetzij zelf gemeten.
De meetgegevens welke voortvloeien door eigen meting van deze referentie mogen als normwaarde worden gebruikt, tenzij er redelijkerwijs een vermoeden bestaat dat de beschikbare gegevens ondeugdelijk zijn. Hierop dient contact te worden opgenomen met ons om de waarde te verifiëren.

Aan de richtwaarde kunnen derhalve geen rechten worden ontleend.

Meten van geluid
Het meten van het geluidsniveau is in de NEN 5077 vastgelegd. De meting dient derhalve volgens deze uitgangspunten te worden uitgevoerd, waarbij gelet dient te worden op het omgevingsgeluidsniveau.

Aansprakelijkheid
LTF kan alléén garanderen dat de toegepaste techniek van de lift voldoet aan de kenmerken van het product. Doordat LTF geen verantwoordelijkheid heeft in de opbouw van de bouwkundige constructie zowel in de theorie als in de praktijk kunnen wij niet verantwoordelijk worden gesteld, garanties te verstrekken dat aan omschreven geluidsnormen en wetgeving m.b.t. het maximale geluidsniveau wordt voldaan.

 

Unable to display item.
If the problem persists, please contact the webmaster.