LTF - Slim, creatief en rendabel liften bouwen

Ontwerpgegevens; Afmetingen liften

 

Liftontwerp afgestemd op het gebouw
De volgende componenten zijn voor het ontwerp van een gebouw of functie van het gebouw van belang te bepalen:
1) Afmetingen van liftcabines, wat wordt er met de lift vervoerd?
2) Besturingsvorm en besturingtype is per functie van het gebouw afhankelijk.
3) Liftsnelheden, welke liftsnelheid is voor een goed functionerend liftconcept nodig?
4) De vervoerscapaciteit van de lift, hoeveel personen kunnen er maximaal in een periode worden vervoerd?

De afmetingen van de standaard liftcabines
(Bouwbesluit art 4.7; NEN 5080; ISO 4190)
De in tabel 1, 2 en 3 omschreven maatvoering komt overeen met de maatvoering zoals deze algemeen in de liftenbranche wordt gehanteerd en met de NEN 5080 en ISO 4190. Daar waar de maatvoering van ISO 4190 afwijkt ten opzichte van de standaard, is deze tussen haakjes er bij vermeld.
De vetgedrukte hefvermogens zijn in het Bouwbesluit omschreven.

Rolstoelliften
Thans zijn er ontwikkelingen gaande op de markt van rolstoelvervoer waarbij geen rekening wordt gehouden met de tot nu toe gehanteerde gestandaardiseerde maatvoering voor rolstoelvervoer. De scootmobiel (drie wielig rolstoelvoertuig met elektrische aandrijving) is door de fabrikant groter maatgevoerd dan de norm voor rolstoelvervoer aangeeft.
Zie tabel 1.

Brancard- en beddenliften
Thans is cabine diepte voor een brancardlift gestandaardiseerd op 2100 mm (diepte volgens norm 2050 mm).
Er is sprake dat op termijn ook de standaard deurhoogtes voor liften wordt vergroot in verband met de toenemende lengte van de gemiddelde Nederlander. De verwachting is dat de standaard brancard dan eveneens moet worden vergroot naar een hefvermogen van 1275 kg (semi beddenlift).
Zie tabel 2.

Goederenliften
Voor goederenliften heeft KONE de standaard van pallet en rolcontainers onderzocht. Voor de juiste cabinekeuze geldt dat gerealiseerd moet worden wat de afmetingen van de goederen en de massa zijn en hoe deze vervoerd dienen te worden. Bij toepassing van vorkheftruck dienen speciale voorzieningen te worden getroffen in overleg met de fabrikant.
Zie tabel 3.

Genormaliseerde besturingsvormen
(NEN 5080, NPR 5081):
De besturingsvormen voor liftinstallaties met meer dan 3 stopplaatsen is in tabel 4 genormaliseerd.

Liftsnelheid
De liftsnelheid is mede bepalend voor het comfort en de luxe die aan een gebouw wordt gegeven. Bepaling van de hefsnelheid is mogelijk door de hefhoogte te delen door 20 seconden (= excellent), door 30 seconden (= normaal) en door 40 seconden (= sober).

Mede door de hefsnelheid wordt het aantal toe te passen liften in een gebouw bepaald.

Vervoerscapaciteit
(NEN 5080: art 3.2 en 3.4)
Voor liften in woongebouwen moet de vervoerscapaciteit per 5 minuten in opwaartse richting ten minste 7,5% bedragen. Dit percentage geeft het totaal aantal personen aan die in het betreffende gebouw gehuisvest zijn.

Voor liften in woongebouwen voor huisvesting van ouderen moet de vervoerscapaciteit per 5 minuten in opwaartse richting ten minste 20% van het totaal aantal personen welke in het betreffende gebouw gehuisvest zijn.

Voor overige gebouwen geldt de te verwachten vultijd of ochtend piek. Deze variatie ligt tussen de 12 - 25% aanbod tijdens de ochtendpiek, dit afhankelijk van diverse factoren als wel/geen flexibele werktijden, nabijheid van openbaar vervoer voorzieningen, etc.

Mede door de vervoerscapaciteit wordt het aantal toe te passen liften in een gebouw bepaald.

Bezetting van het gebouw
De bezetting van een woongebouw is volgens NEN 5080 genormaliseerd. De bezetting van overige gebouwen is genormaliseerd in het Bouwbesluit art 1.1 tabel 1.

Intervaltijd
De intervaltijd is het tijdsverschil tussen het arriveren van een lift op de hoofdstopplaats.
De gemiddelde intervaltijd is voor woongebouwen genormaliseerd volgens NEN 5080 en NPR 5081 en bedraagt maximaal 130 seconden. Voor overige gebouwen wordt internationaal gemiddeld maximaal 40 seconden aangehouden.