LTF - Slim, creatief en rendabel liften bouwen
TECH-werkvloeren-FiguurD

Veiligheidsvoorzieningen in liftschachten; Werkvloeren

 

Inleiding
In liftschachten worden tijdens de bouwfase vaak speciale werkvloeren aangebracht om de montagewerkzaamheden uit te voeren. In de praktijk worden hiervoor eenvoudige con-
structies toegepast, bestaande uit houten balken waarover steigerplanken of platen worden gelegd. De balken worden meestal in baddingschoenen gelegd, die aan de schachtwand zijn gemonteerd.

Zolang er bij het aanbrengen en het gebruik van werkvloeren een aantal regels worden nageleefd, bieden de werkvloeren een veilige werkplek. De ervaring heeft echter geleerd dat er toch ernstige ongelukken plaatsvinden op het moment dat elementaire regels worden veronachtzaamd.

Dit hoofdstuk richt zich op de verantwoordelijken op de bouwplaats en laat zien welke regels er in acht moeten worden genomen om een veilige werkvloer te waarborgen.

Eisen aan de werkvloer

Kwaliteit van het te gebruiken hout
De kwaliteit van het te gebruiken hout is bijzonder belangrijk, omdat zelfs de breuk van één plank plotseling ineenstorting van de werkvloer tot gevolg kan hebben. Dus:
- geen afvalhout gebruiken
- geen hout gebruiken met machinale beschadigingen, noestopeenhopingen of verrotte stukken;
- geen hout gebruiken dat jarenlang ongecontroleerd op bouwplaatsen heeft rondgeslingerd.

Dit geldt zowel voor de draagbalken als voor de planken of platen.

De draagbalken goed opleggen
Baddingschoenen moeten conform de montagehandleiding van de leverancier worden aangebracht. Ze moeten deugdelijk in de muur zijn bevestigd. Bij het gebruik van baddingschoenen (oplegschoenen) moeten deze in overeenstemming zijn met de balkafmetingen. Het is niet toegestaan de draagbalk in de baddingschoen door een vulling passend te maken, dat wil zeggen: er mogen geen keggen, spieën of wiggen worden gebruikt om de balk op te sluiten in zijdelingse richting.
De draagbalk dient 100% van de ene en minimaal 80% van het oplegvlak van de andere baddingschoen te benutten. De balken moeten geborgd zijn tegen verschuiving in lengterichting door ze met keggen, spieën of wiggen op te sluiten tussen de muren.
Als beveiliging tegen het oplichten (bijvoorbeeld door verkeerd manoeuvreren bij het hijsen van een last), is tussen de draagbalken en de baddingschoenen een verbinding met spijkers noodzakelijk. Zie figuur d.

Draagbalken en vloerplanken correct dimensioneren
Voor dimensionering van de draagbalken moet de onderstaande tabel als uitgangspunt worden genomen. Er wordt uitgegaan van ongeschaafd hout. Zie tabel c.

Voor de dikte van de vloer gelden dezelfde regels als voor zware werksteigers:
- de plak- of plaatdikte moet minimaal 32 mm zijn;
- planken of platen moeten minimaal 200 mm breed zijn.

De vloerconstructie in het algemeen
Een werkvloer is goed geconstrueerd als de volgende zaken in acht genomen zijn:
- de draagbalken moeten op de voorgeschreven afstand gemonteerd zijn;
- de vloerplanken/-platen moeten op de goede lengte zijn afgezaagd en mogen maximaal 8 cm oversteken buiten de draagbalk;
- de vloerplanken/-platen moeten goed tegen elkaar gelegd zijn en tegen opwippen geborgd, bij voorkeur door vastschroeven of vastspijkeren op de draagbalken;
- een werkvloer moet minimaal 60 cm breed zijn;
- de opengelaten ruimte tussen werkvloer en schachtwand mag maximaal 25 cm zijn en moet hierbij voorzien zijn van een kantplank van minimaal 12 cm hoogte (conform P-blad 6 artikel 4.14);
- bij een grotere opening dan 25 cm moet een hekwerk zijn aangebracht met planken op 0,5 en 1 m hoogte; tevens dient een kantplank van minimaal 12 cm hoogte te zijn aangebracht;
- rondom openingen waar gevaar bestaat dat voorwerpen van de vloer kunnen geraken moet een kantplank worden aangebracht met een minimale hoogte van 12 cm;
- indien metalen draagbalken zijn gebruikt, moet de werkvloer zijn geborgd tegen wegglijden door het aanbrengen van klampen aan de onderzijde van de werkvloer;
- de werkvloer moet op de juiste afstand, aangegeven door de liftenfirma, onder of boven de verdiepingsvloer zijn aangebracht.
- Zie figuur e.